De geschiedenis van Ciney en zijn wijken

<

Ciney bestaat al sinds de Romeinse tijd en is een van de oudste plaatsen van Wallonië.

Een woongebied is bevestigd op de heuveltoppen (bv. Barcène) en in de omgeving van de huidige collegiale kerk en op de plek van Saint-Quentin. Men heeft hier veel Gallo-Romeinse voorwerpen gevonden, fresco's en mozaïeken.

 

In de Romeinse tijd is zijn ligging gunstig door de weg Bavay-Keulen die al bestaat en wordt gebruikt door veel reizigers en kooplieden uit die tijd. De stad maakt deel uit van de Hoge-Condroz waarvan ze het centrum is en lang wordt dit het land van de Condrusi genoemd door César.

 

Vanaf de vijfde eeuw wordt de streek van Ciney het slachtoffer van Germaanse invallen die het einde van de Romeinse beschaving inluiden. Deze periode wordt ook gekenmerkt door de komst van het christendom en de oprichting van de eerste christelijke kerken in de Condroz, meestal waar voorheen Keltische heidense tempels stonden (bv. Saint Quentin).

 

In tegenstelling tot andere steden uit die tijd ontwikkelde Ciney zich rond haar pre-Romaanse kerk. Sterker nog, in 816 vestigt het kapittel van kanunniken, afhankelijk van het kapittel van Saint-Lambert van Luik, zich in de collegiale kerk die dateert uit het midden van de tiende eeuw.

 

Er wordt gezegd dat Sint Materne de oprichter zou zijn van de kerk van Ciney. De legende gaat dat de Heer van de stad de heilige vroeg om zijn 5 zonen, die verdronken in het moeras in de buurt van het laagste deel van de stad, te doen herleven. Materne bracht ze opnieuw tot leven. De familie bekeerde zich tot het nieuwe geloof en richtte een kerk op. Naar aanleiding van deze legende werd de authentieke wapen van de stad vervangen in 1710 door de vijf symbolische koppen.

 

In 1275 is Ciney weer eens het slachtoffer van een bloedige oorlog. In de "Oorlog van de Koe" vechten de Prinsbisschop van Luik, de Graaf van Vlaanderen, de Markies van Namur als bondgenoot van de Graaf van Luxemburg. Maar de populaire legende verteld door Jean d'Outremeuse beweert dat het een koe is die de oorlog veroorzaakt.

Een boerenjongen van Jallet had op de jaarmarkt een koe tentoongesteld op de markt, die Ribaud de Corbion een cinacien herkende als zijn eigendom. De koe was een paar dagen eerder gestolen. De eigenaar diende een klacht in bij de baljuw van de Condroz, Jean de Halloy die de dief zijn misdrijf deed erkennen. Hij beloofde de dief dat er niets zou gebeuren als hij de koe teruggaf aan de eigenaar. Maar dit was een val, zodra de dief zich op terrein van Ciney bevond deed de baljuw van de Condroz hem ophangen. Hierover ingelicht, plunderde en vernietigde de Graaf van Luxemburg de naburige dorpen. De inwoners van Ciney zochten hun toevlucht in de kerk die werd geplunderd en verbrand. Dit leidde tot een broederoorlog in de Condroz, die bijna 15.000 doden eiste en leidde tot de vernietiging van 60 dorpen. Tijdens deze oorlog werden ook de archieven van de stad verwoest.

Op dat moment was de stad nog niet versterkt en weerstond het niet lang aan de indringers.

Ze zal talrijke invasies ondergaan tot in de veertiende eeuw. (Germanen, Bourgondiërs...) Rond 1321 op initiatief van Prinsbisschop Adolphe de la Marck worden de vestingmuren gebouwd om het centrum van het huidige Ciney te versterken. In de loop der jaren, en dankzij haar positie, werd de stad een uitwisselingsplaats tussen de boeren. Deze uitwisselingen bestonden al sinds de dertiende eeuw. Geleidelijk beginnen de jaarmarkten op te komen, nemen uitbreiding en worden steeds belangrijker. Ze vinden meestal 3 keer per jaar plaats, de volgende dag na grote christelijke feestdagen. In 1895 zijn dat er 21 per jaar! Op dat moment wordt reeds vee verkocht, maar de paarden hebben meer succes. Inderdaad, in 1900 telt men niet minder dan 5.000 paarden op de markt van februari. Rond 1918 doet de motorisering haar intrede en keert men terug naar de verkoop van vee. De verkoop vindt plaats op de place Monseu, tot 1966 wanneer de gemeente beslist om de eerste overdekte markt te creëren (place Roi Baudoin). Later wordt die ondergebracht in het industriepark van Biron, omdat het aantal kooplieden blijft groeien. Deze overdekte infrastructuur is uniek in België en zet de traditie van de markten voort. Bovendien is de overdekte markt de tweede grootste in Europa!

Ondanks de evolutie blijft Ciney lange tijd een landelijk stadje. Het strekt zich langzaam en geleidelijk uit en beetje bij beetje worden zijn muren ontmanteld, omdat die nu nutteloos zijn geworden.

Vanaf de negentiende eeuw doen zich veel veranderingen voor. Er worden nieuwe huizen gebouwd, zowel binnen als buiten de stad, sloten worden gevuld...

In 1855 verschijnt het eerste station van Ciney, dat door een imponerend station wordt vervangen in 1893. In 1976 vervangt het huidige station het oude dat bouwvallig en ongeschikt was geraakt voor het groeiende aantal reizigers. In de stationswijk vergroot de industrialisatie met de oprichting van kalkovens, leerlooierijen, gieterijen en smederijen.

 

Door de oorlog neemt de economie van Ciney af, maar enkele kleine ateliers verenigen zich en vormen één bedrijf: De Smederijen van Ciney. Dit fabrieksbedrijf "Calo de Ciney", een nieuw concept dat magere steenkool kon verwerken, was dus goedkoper. Het jargon overschrijdt onze grenzen! Jammer genoeg sluiten de smederijen in 1988. Een andere vestiging ziet eveneens het daglicht na de oorlog van 14–18. Verschillende inwoners van Ciney richten de Verbruikscoöperatieve op die zal uitgroeien tot de Populaire economie van Ciney (EPC). Ze wordt actief met een bakkerij, drukatelier, confectie-atelier en beenhouwerij... Vandaag de dag blijft alleen de apotheek bestaan.

 

De stad heeft ook veel residentiële woonwijken en voor werknemers.

Rue Charles Balthazar

Verschillende huizen werden gebouwd door Charles Balthasar, toen directeur van Forges, voor zijn werknemers. Deze huizen dateren van tussen de twee oorlogen. Dit is een belangrijke stadspark.

Wijk van het station / Wijk Congo

Het eerste station dateert uit 1850. De lijn Brussel-Luxemburg wordt ingewijd in 1858, en dit dankzij de aanwezigheid van een koninklijke residentie in Ciergnon. Deze lijn wordt beetje bij beetje in gebruik genomen gedurende het jaar: in eerste instantie rijden de treinen tot Chapois, maakten er ommekeer, en later tot Jemelle, Aarlen ... Een nieuw station, in eclectische stijl, wordt gebouwd in 1895 en later vernietigd om plaats te maken voor datgene dat we vandaag kennen.

Het station werd vooral gebruikt voor het vervoer van dieren tijdens de veemarkten of tijdens de bedevaarten naar de grotten van Conjoux. Veel stallen worden gebouwd, herbergen, hotels, cafés, winkels ... om de handelaren en hun vee te ontvangen. Bovendien is Ciney de tweede stad van België met elektrische straatverlichting (1891). In die tijd werd het een plaats waar veel mensen langskwamen, midden op het platteland en bevorderde dus de ontwikkeling van de omliggende wijken.

Vermelden we als anekdote dat in het begin van de 20e eeuw de stad 270 drankgelegenheden telde op een totaal van 425 woningen. Vandaar dat Emile Vandeverld, promotor van de wet op de verkoop van alcohol, verklaarde dat Ciney de grootste alcoholische stad van België was!

Een dépôt en een garage voor locomotieven waren gevestigd op de huidige locatie van de parkeerplaats van de NMBS. Er werden huizen gebouwd voor de arbeiders en de wijk nam onmiddellijk uitbreiding. Dit deel van de stad wordt de wijk Congo genoemd want in die tijd was het een van de meest afgelegen wijken van het stadscentrum.

Square Kennedy

Een woonwijk die meerdere woningen in dezelfde stijl omvat, witgekalkte baksteen, ontworpen door architect Jean Cosse en gebouwd door het Petite Propriété Terrienne (Kleine grondbezit) in de jaren '60. De huizen staan rond een centrale gemeenschappelijke ruimte.

Gehuchten: Jet, Biron, Haljoux, Barcène, Golinvaux, Auwez, Chacoux, Lienne en Linciaux

 

Mise à jour le 10-Sep-10 15:10:01
 Imprimer cette page Générer un PDF

Editeur responsable : G. Milcamps,  Bourgmestre

phpMyVisites | Open source web analytics Statistics